dinsdag 21 november 2017

Taptoe, Celbeton, Drieghe, Raaklijn, Contramine, ...


dinsdag 3 oktober 2017

MARC VANDERLEENEN
The Ellipsis



Marc Vanderleenen of waarom het onaffe en ongeduide interessanter is

Voor zijn tentoonstelling bij S & S Galerie focuste Marc Vanderleenen (1952) zich een zomer lang op onooglijke  schetsjes die hij snel maakte van modellen tijdens de schilder- en tekenklas  op het RHoK in Etterbeek, waar hij doceert. Niet dat de vingeroefeningen als leidraad dienden, ten hoogste als prikkel.  

Schilderen is voor Vanderleen geen strategische onderneming. Hij behoort noch tot de conceptuele schilders die eens ze het intellectuele beeld gevonden hebben aan de uitwerking kunnen beginnen. Evenmin schaart hij zich in het kamp van de estheten die een oeuvre opbouwen volgens vooraf ontwikkelde vormideeën.

Hoe Vanderleenen dan wel te werk gaat? Wanneer hij aan een doek begint, meestal bescheiden van formaat passend bij zijn karakter, is de eindmeet nergens in zicht. In vage houtskooltrekken geeft hij enkele contouren aan, in dit geval dus geïnspireerd op schetsoefeningen van modellen. Meteen de start voor een onbestemde trip in vooral groen en blauw, in een mistgordijn van voor- en achtergrond.  De pose, want een afgewerkte figuur wordt het nooit, groeit vanuit een grondlaag, vaak roze of soms oker. Tegelijk ontwikkelt de achtergrond zich eigenhandig. Als Marc Vanderleenen strop zit, schildert hij wolken, of bomen.  De meeste schilderijen eindigen als ‘figures in a landscape’, zonder dat de persoon of het landschap zich prijsgeven. 
Al schilderend doemen mogelijkheden op. De verf geeft de richting aan. Een neus valt groot uit en doet plots denken aan ‘The ellipsis’ van Magritte, een boertig schilderij met een neus als een geweerloop. Uit een andere aanzet maakt een vooroverbuigende gedaante zich los, verloren gelopen uit een groep baders van Cézanne. Soms blijkt de associatie (nooit citaat) pas veel later, zoals een ineen gegroeide hand en wolk, waar ook Philip Guston eens op stuitte.
“Een doek is altijd interessanter als het onaf en ongeduid blijft”, houdt Vanderleenen al 25 jaar consequent aan. Nooit uitgewerkte versieringen of gedachten, enkel schilderen wat mogelijk is.
Frank Heirman






Zeefdruk "The Ellipsis" (20 ex., 80 euro)


Publicatie "The Ellipsis"

Publicatie "The Ellipsis"

zondag 14 mei 2017

MEMBERS ONLY / Wouter Feyaerts


Members Only,
Select gezelschap, private club van zwervers. Hier heersen andere codes en andere normen. Er is geen plaats voor compromis. Haal diep adem en stap naar binnen. Misschien raakt de code ontrafeld, ontstaat er een gesprek. Wie al één van hen is - schaamteloos radicaal, onbeleefd en teder, mateloos fragiel, autonoom en verbonden met alles - komt eindelijk thuis.  Wees gewaarschuwd, u hebt niets te verliezen. Wees bovenal alert. Wees welkom.
W.F. mei 2017

vrijdag 20 januari 2017

REVOLVER

REVOLVER

(een periodiek rondom de werkelijkheid)


Het beeld van concept en minimal art als hoofdstroming in de plastische kunst van de jaren zeventig is vooral een dictaat van toonaangevende curatoren, galeriehouders en critici. In de brede onderstroom klonk juist een terugkeer naar de werkelijkheid door. Het is die beweging, die vandaag duidelijker boven water komt.

Het Vlaamse tijdschrift dat op de meest originele manier die onderstroom van realisme verdedigde was Revolver, dat Gerd Segers in 1968 opstartte. Het blad zat met zijn verwijzing naar ‘revolutie’ en ‘omkering’ in de titel nog stevig in de sixties verankerd. Ook het beroemde Beatles-album dat in de zomer van 1966 uitkwam, draaide op de achtergrond mee.

Vanaf 1970 hield Revolver echter op om een gangbaar tijdschrift voor poëzie te zijn en werd een open publicatie waarin kunst een evenwaardige plek zou krijgen.
In 14 van de 33 uitgaven die Revolver tussen 1970 en 1980 aan zijn leden aanbood, vormde niet poëzie, maar de plastische kunst het uitgangspunt. Het zijn vooral die edities die met jaren gezochte collectors items werden.

Revolver had met zijn kunstenaarsedities noch een commerciële noch een avant-gardistische bijbedoeling. Ze pasten als gegoten bij het streefdoel om kunst een plaats te geven in het alledaagse leven. De multiple kon kunst weghalen uit de exclusieve context van musea en galeries en gaf poëzie een speelser verspreidingskanaal dan de klassieke boekvorm.

Frank Heirman 
(uit: de tentoonstellingscatalogus ‘Met Revolver op zak door de seventies’)


donderdag 15 september 2016

Ian Hamilton Finlay / Henri Chopin / Leon Van Essche


woensdag 13 april 2016

Sjoerd Paridaen

COÖP

De laatste twintig jaar ontwikkelde Sjoerd Paridaen een werkmethode, die hij ‘correspondence art’ noemt. Het is een hogere variant van mail-art, die door de lage drempel eigen aan het genre vaak niet boven de middelmaat uit geraakt. Bij ‘correspondence art’ stappen twee gelijkwaardige partners die in elkaar geloven samen in een project. Ze reiken elkaar stimulerend materiaal  aan, dat over en weer gaat tot een van de deelnemers beslist dat het werk af is en het bijhoudt.  Daarop brengt hij of zij weer een nieuwe bal in het spel.

De methode ontstond zonder vooropgezet concept, als een toevallige uitloper van Paridaens deelname in 1990 aan ‘Ponton Temse’, de expo die Jan Hoet in Temse organiseerde als vingeroefening voor zijn Documenta 92. Samen met mail-artkunstenaars  Guy Bleus en Johan Van Geluwe maakte Paridaen in het station van het Scheldestadje een installatie. Geprikkeld door het werk begon suppoost Gino D’haeseleer tijdens de expo opvallende kaartjes naar Paridaen te sturen. Toen collega Laura van  de kaartjes bij Paridaen thuis zag, werd hij op zijn beurt geprikkeld. Hij gaf aan dat hij wat graag zulke post zou ontvangen om er wat mee te doen. Zo gezegd, zo gedaan. De artistieke correspondentie tussen Paridaen en Laura van loopt inmiddels een kwarteeuw en leverde naar brute schatting al vijfduizend bewerkte verzendingen op.

Na Laura van startte Sjoerd Paridaen andere correspondenties, met de Antwerpse beeldhouwer Wouter Feyaerts, de Nederlandse mail-artpionier Ko de Jonge, de Gentse installatiekunstenaar Frank Merkx en de naar Zuid-Afrika uitgeweken ontwerpster Veronica Gabriëlse. Ook met zijn zoon Merlyn, kunstschilder, en zijn drie jaar oude kleindochter Dalia startte Sjoerd Paridaen uitwisselingen op. Een vruchtbare  correspondence art met zijn gewezen studente en wielrenster Kelly Vanderhaeghen brak helaas vroegtijdig af. De meest recente ‘coöp’ kwam enkele maanden geleden op gang met galeriehouder en curator Walter Siemons.

(Frank Heirman)

De expo ‘COÖP’ toont ook een selectie uit het archief (sinds de tweede helft van de jaren 70) van Sjoerd Paridaen: met Arno Arts, Danny Devos, Guglielmo Achille Cavellini, Guy Bleus, Johan van Geluwe, Jos Houweling, Jürgen O. Olbrich, Ruggero Maggi, Thee en Taart Gezelschap.


"COÖP", 24 p., 100 ex.



woensdag 13 januari 2016

Walter Beckers

WB was hier !

Walter Beckers was een fenomeen. Begonnen als leurder met boeken, bouwde hij een van de grootste Europese postorderbedrijven voor boekenreeksen uit. Hij drukte ze in eigen drukkerijen in vier talen. Beckers bedacht zelf de boekbanden en stippelde de vernieuwende verkoopsstrategie uit.
Maar het liefst wilde hij zijn ontembare creativiteit botvieren in zelf geschreven boeken en kunstobjecten. Heel zijn leven lang schreef hij gedichten, verhalen, theater- en experimentele teksten, die hij in een steeds originele vormgeving uitgaf.
Al even groot was de continue stroom van collages en assemblages die hij bedacht.
Om groter stuntwerk zat hij evenmin verlegen: hij liet bestelwagens in baksteenpatronen beschilderen, perste autowrakken in de Belgische driekleur en huurde een vliegtuig af om poëzie in de lucht te schrijven.
Ook in mail-art blonk hij uit: hij verstuurde postkaarten met woordspelingen maar ook zonnebloemblaadjes als hommage aan Vincent Van Gogh.
In het ICC kreeg hij een expo en in het M HKA mocht hij het kunstwerk Einstein aanbrengen op het terras.

(Frank Heirman in GVA, 22 januari 2016)


"WB was hier!" door Frank Heirman
ontwerp/zeefdruk omslag: Walter Siemons
20 p., 100 ex.

"Sabijnse maagden in Mach. 2",
collage, 1968

"vederlicht gedicht",
multiple, 1975